Beste mijnheer Katan, u zult zich misschien afvragen waarom mijn blog over de biochemie van een burn-out aan u gericht is. Dat kan ik me voorstellen, in de loop van dit blog zal dit duidelijk worden. (Anderen die niet weten wie de heer Katan is, kunnen dit stukje gerust overslaan.)

 

Ik heb de behoefte om te reageren op uw uitspraken in de media van de afgelopen weken. Ik voel me genoodzaakt om een en ander uit te leggen, omdat ik vermoed dat uw uitspraken door uw lezers letterlijk worden opgevat. Uw bewering dat het niet bewezen is dat het eten van groenten goed is voor de gezondheid en uw advies dat we beter margarine dan boter kunnen eten, wordt door velen geloofd en opgevolgd (met alle gevolgen van dien). Die uitspraken moet ik even recht zetten, voordat men de mythen die u de wereld in slingert gaat geloven.

 

De gemiddelde Nederlander is zich niet bewust van de bril waarmee u als wetenschapper naar voeding kijkt. U presenteert uzelf als autoriteit op het gebied van voeding en u wordt door de media (jammer genoeg) nog steeds als zodanig gezien, waardoor mensen geloven dat u de (enige) waarheid verkondigt. Tel hierbij op uw (hoe zeg ik het netjes) uitermate zelfverzekerde manier van optreden en de leek gelooft alles wat u zegt.

 

Vervolgens noemt u de mensen gelovigen wanneer zij zich beter gaan voelen door het opvolgen van de adviezen van zogenaamde goeroes. Het is een schande! Dat goeroes een podium krijgen en mensen zich beter gaan laten voelen, dat kan helemaal niet, mensen kunnen zich niet beter voelen door alternatieve hypes, dat zit allemaal tussen de oren! De wetenschap heeft immers altijd gelijk! (Toch?)

 

Nou nee. U als wetenschapper kunt niet vaststellen dat wij allemaal drie boterhammen met margarine en drie glazen melk per dag moeten nuttigen, of dat het eten van groenten niet helpt om ziekte te voorkomen.

 

U bent op zoek naar bewijzen op het gebied van voeding voor de gemiddelde gezonde mens. Mijn lezers weten inmiddels dat ik me hard maak voor de individuele benadering van alle mensen. Wat voor de een goed werkt, kan voor een ander verkeerd uitpakken. En dat weet ik (en velen met mij) helaas uit eigen ervaring. Wij passen niet allemaal in een statistisch gemiddelde.

 

Maar zo werkt wetenschap niet. U gaat uit van epidemiologisch bewijs. Epidemiologie is een onderzoeksmethode waarbij er gekeken wordt hoe vaak iets voor komt in een bepaald gebied, of bij een bepaalde groep mensen, ook zonder het werkingsmechanisme te onderzoeken of te begrijpen.

 

Zo blijkt uit onderzoek dat mensen die meer verjaardagen vieren langer leven, en dat vrouwen met een beetje overgewicht langer leven dan mannen die hen daarop wijzen.(Sorry, flauw, ik kon het even niet laten.)

 

Uw uitspraak dat er geen bewijs is dat je gezonder wordt van het eten van groenten, is het gevolg van uw idee dat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar groepen mensen met een bepaald ziektebeeld gerelateerd met de hoeveelheid groenten die men eet. Als we moeten wachten tot dit, naar uw maatstaven, wel bewezen is, zijn we jaren en tonnen onderzoeksgeld verder, terwijl miljoenen mensen reeds ervaren hebben wat het eten van groenten met hun gezondheid doet.

 

U gaat overigens geheel voorbij aan al die onderzoeken die wel aantonen welke effecten specifieke stoffen in groenten hebben. Maar ja, de epidemiologie bekijkt nu eenmaal de gemiddelden (statistiek) en niet zozeer de werkingsmechanismen.

 

En daarmee komen we (eindelijk) op de titel van dit blog, de biochemie van een burn-out. Ik ben van mening dat onderzoek naar biochemie en werkingsmechanismen meer inzicht geeft dan epidemiologisch onderzoek, wetenschappers denken daar anders over. (Overigens hecht hoogleraar epidemiologie Yvo Smulders minder waarde aan de epidemiologie dan je zou verwachten. Bekijk zijn filmpje hierover.)

 

Burn-out wordt gezien als een teken van overwerkt zijn, het allemaal niet meer aan kunnen, zwakte, of zelfs aanstellerij. Vergelijkbaar met de gedachte dat overgewicht een keuze is (oeps, teer puntje). En hoe komt het dat we er zo over denken? Omdat er weinig naar buiten komt over de werkingsmechanismen van een burn-out, en al helemaal niet dat er ook genetische factoren zijn die  de kans om een burn-out te ontwikkelen kunnen vergroten of verkleinen.

 

Genetisch? ‘Welnee’, hoor ik mensen denken, ‘dat kan niet, het gaat alleen over overbelasting’. Tja, zo werkt het niet, we zijn gelukkig niet allemaal hetzelfde. We hebben allemaal specifieke variaties in het  genoom die ervoor zorgen dat de één eerder overbelast is dan de ander. Er is een enzym wat stresshormonen moet afbreken. Variaties in het gen COMT zorgen ervoor dat jij jouw stresshormonen sneller of langzamer afbreekt dan iemand anders. En dat maakt je minder of meer stressgevoelig. (En de kans op overbelasting kun je onderzoeken in een epidemiologische studie, die overigens niet zegt of je daadwerkelijk een burn-out zult ontwikkelen!)

 

Hoe beter het enzym werkt, hoe sneller je de stresshormonen kunt afbreken.

  • 30% van de Westeuropeanen heeft de GG variant waarbij het enzym sneller werkt. Zij denken minder na, maar zijn strijdbaar, de zogenaamde ‘Warriors’.
  • 30%  heeft de AA variant waardoor het enzym langzamer werkt. Zij zijn denkers, de piekeraars, de ‘Worriers’.
  • 40 % heeft de AG variant, dat is een mengvorm. (http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/17008817)

Piekeraars die de stresshormonen moeilijker kunnen afbreken, raken sneller overbelast.

 

Ook zonder epidemiologisch bewijs kun je vanuit deze genetische variatie al bedenken dat je genetische eigenschappen een belangrijke factor zijn voor jouw individuele stress regulerende capaciteiten. Sterker nog, hetzelfde COMT enzym zorgt daarnaast ook voor de afbraak van oestrogenen!  Zo kun je zelfs zonder wetenschappelijk onderzoek begrijpen waarom vrouwen over het algemeen (!) gevoeliger zijn voor stress dan mannen.

 

Ik hoop dat hiermee duidelijk is dat een burn-out geen kwestie is van zwakte, aanstelleritis of alleen maar overbelasting. Het gaat er vooral om dat door aanlegfactoren de één meer zijn best zal moeten doen om gezond te blijven dan een ander. Hoe je dat het beste kunt doen zal ik volgende week verder uitleggen.

 

Voor mij is het in elk geval helder dat je met wat extra kennis van de fysiologie, biologie of biochemie meer inzicht krijgt in de werking van het menselijk lichaam dan alleen met epidemiologisch onderzoek.

 

De heer Katan vergeet dat wetenschappelijk bewijs niet op kan tegen het gezonde verstand en de ervaringen van miljoenen mensen die inmiddels al lang weten wat de wetenschap nog moet bewijzen. Als ik u een advies mag geven; schoenmaker blijf bij uw leest. Blijf lekker wetenschapper, onderzoek van alles, maar bemoei u niet met voedingsadviezen. Vooral niet met een boek waarmee u iedereen in verwarring brengt door mythes te ‘ontkrachten’ onder het mom van wetenschap.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

The following two tabs change content below.
Yvonne van Stigt

Yvonne van Stigt

Yvonne van Stigt wordt als evolutionair gezondheidsdeskundige veel gevraagd als spreker voor congressen en lezingen. Zij is afgestudeerd in de klinische Psycho Neuro Immunologie aan de Universiteit van Gerona (Spanje). Meer dan 20 jaar geleden gaf haar eigen lichaam aan dat er iets niet goed ging, Yvonne was chronisch moe. Omdat de onderzoeken in het medische circuit geen duidelijkheid gaven, is zijzelf op onderzoek uit gegaan. Door de verandering van haar voedingspatroon kon zij snel weer functioneren en is zij volop gaan studeren. Dit heeft geresulteerd in een vijftal boeken Bekijk de boeken en de Oerslank organisatie. Op dit moment is Yvonne directeur en hoofddocent bij het OPFG, een vernieuwende onderwijsorganisatie op het gebied van de leefstijlgeneeskunde. Wil je daar meer over weten? Neem hier een kijkje op de site van de opleiding
Yvonne van Stigt

Laatste berichten van Yvonne van Stigt (toon alles)