Nu de zomer weer in volle hevigheid lijkt terug te komen, worden we weer aan alle kanten gewaarschuwd voor het gevaar van de zon. We moeten smeren, smeren en nog eens smeren om kanker te voorkomen. Hoe genuanceerd is dat advies eigenlijk? Is die zon werkelijk zo gevaarlijk?

 

De stelling dat de zon huidkanker veroorzaakt en dat we daarom continu moeten smeren om kanker te voorkomen, is niet heel erg genuanceerd. Of eigenlijk helemaal niet.

 

Zoals altijd heeft een verhaal meerdere kanten en het is goed om daar eens aandacht aan te besteden. Al hoor ik meteen de paniek in de hoofden van de deskundigen die vinden dat we mensen vooral op de gevaren moeten wijzen omdat anders mensen helemaal niet luisteren en domme dingen gaan doen. Want de consument is vooral niet in staat om zelf verstandige beslissingen te nemen. Of iets in die trant.

 

Mocht je onder die laatste groep vallen, lees mijn blog dan vooral niet.

 

Zoals ik al eerder geschreven heb is zonlicht essentieel voor de mensheid en hebben we miljoenen jaren geleefd zonder beschermingsfactor 50. Dat we nu kanker krijgen van de zon, kan dus niet alleen aan de zon liggen. (Of we werden niet ouder dan 30 jaar en hadden geen tijd genoeg om dood te gaan aan een melanoom.)

 

Wat zijn dan die gevaren?

 

Om te beginnen zijn kinderen natuurlijk het kwetsbaarst. Bescherm je kindje tegen zonnebrand door kleding en een veilig zonnebeschermingsmiddel. Bescherming in de jeugd kan veel ellende voor later voorkomen.

 

Er kan schade optreden aan de huid, wat vroegtijdige rimpelvorming kan veroorzaken of zelfs een relatief ongevaarlijke vorm van huidkanker. Of er bestaat het gevaar op het ontstaan van een melanoom. Die laatste is zeker niet ongevaarlijk en kan tumoren in het hele lichaam veroorzaken.

 

Hoe groot de kans is op het ontstaan van zonschade en huidkanker of een melanoom hangt af van vele factoren. Denk daarbij aan je genetische afkomst, je voedingspatroon, je mineralenbalans, hoeveel je gemiddeld in de zon komt, hoe vaak je verbrandt, de hoeveelheid stress waar je mee belast bent en of je wel voldoende slaapt.

 

Mensen met meer pigment lopen over het algemeen minder risico. Logisch toch, een donkere huid beschermt de mens al duizenden jaren tegen de zon.  Omdat teveel zonlicht op de huid foliumzuur (folaat) vernietigt, hebben mensen van origine afkomstig van rond de evenaar een donkere huidskleur. Maar zij hebben tegelijkertijd ook meer behoefte aan zon om voldoende vitamine D aan te kunnen maken als zij in Noord-Europa verblijven. Maar ook zij kunnen verbranden!

 

Zo’n gevaarlijk melanoom kan (vooral bij zeer blanke of roodharige mensen) ontstaan op het randje van het oor, of de neus. Maar je ziet ook melanomen op plaatsen waar de zon echt maar zelden komt. Is er dan een relatie met zonschade of is het meer genetisch? Wie het weet mag het zeggen.

 

Uit onderzoek blijkt wel dat mensen die het hele jaar binnen zitten en in de zomer drie weken gaan liggen bakken een grotere kans hebben op zonschade dan mensen die het hele jaar buiten werken. Wie met zijn Hollandse melkflessen op het strand van Benidorm gaat liggen zonder te smeren en er na drie weken als een vervelde kreeft weer af komt, is niet slim bezig. Maar dat is logisch. Voor deze mensen geldt het advies om te smeren, of beter nog, niet langer dan 10 minuten per dag onbeschermd de zon in te gaan.

 

En dan nu de voordelen.

 

Zonder zonlicht is er geen leven op aarde mogelijk. Je kent misschien het gevoel van de mediterrane zon op je bol, wat toch echt niet hetzelfde is als de Nederlandse zon. Mensen met auto-immuunziektes zoals reuma knappen enorm op als zij naar Zuid-Europa verkassen. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de zon en de manier waarop wij mensen zelf vitamine D aanmaken.

 

Hoe dat precies werkt lees je hier.

 

Het belang van voldoende (door het lichaam aangemaakte) vitamine D is inmiddels duidelijk. En nee vitamine D uit een pilletje is echt niet hetzelfde als wat je lichaam aanmaakt. Voldoende vitamine D is essentieel om osteoporose, auto immuun aandoeningen en ook kanker te voorkomen. En ja dan zul je dus de zon in moeten. En die nuance hoor je maar zelden. Wie gaat smeren, smeren en smeren kan daarmee de aanmaak van vitamine D gedeeltelijk blokkeren.

 

Wat is nu verstandig?

 

Tja, one size fits all bestaat niet. Iemand met Engelse genen (van wie stammen Australiërs ook al weer af?)  zal anders met de zon om moeten gaan dan wanneer je Zuid-Europese genen hebt. Ik weet niet of je het opgevallen is, maar ik zie in Zuid-Europa de lokale bevolking niet massaal gaan liggen bakken. Zij krijgen gedurende het jaar vanzelf al veel meer zonlicht om vitamine D aan te maken. Het zijn vooral de Noord-Europeanen die (misschien wel instinctief) de zon opzoeken.

 

De gemiddelde Hollander (mocht die bestaan) doet er verstandig aan om vroeg in het jaar de huid vast te wennen aan de zon. Dan bouw je de zonbelasting langzaam op en kan het gevormde pigment als bescherming dienen. In het voorjaar dan elke dag (alsof dat kan in Nederland) 10 minuutjes tussen de middag zo bloot mogelijk in de zon zou ideaal zijn. In de zomer heb je dan vast wat opgebouwd en kunnen de meeste mensen die 10 minuutjes onbeschermd ook wel hebben. Langer hoeft niet en is zelfs niet gewenst. (Je maakt overigens alleen vitamine D aan als je eigen schaduw korter is dan jij zelf bent. En dat is Nederland maar een paar maanden per jaar.)

 

Na die 10 minuutjes ga je of uit de zon of ga je smeren (met een verantwoord product zonder giftige stoffen). Zo geniet je van de zon en zorg je goed voor jezelf.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

The following two tabs change content below.
Yvonne van Stigt

Yvonne van Stigt

Yvonne van Stigt wordt als evolutionair gezondheidsdeskundige veel gevraagd als spreker voor congressen en lezingen. Zij is afgestudeerd in de klinische Psycho Neuro Immunologie aan de Universiteit van Gerona (Spanje). Meer dan 20 jaar geleden gaf haar eigen lichaam aan dat er iets niet goed ging, Yvonne was chronisch moe. Omdat de onderzoeken in het medische circuit geen duidelijkheid gaven, is zijzelf op onderzoek uit gegaan. Door de verandering van haar voedingspatroon kon zij snel weer functioneren en is zij volop gaan studeren. Dit heeft geresulteerd in een vijftal boeken Bekijk de boeken en de Oerslank organisatie. Op dit moment is Yvonne directeur en hoofddocent bij het OPFG, een vernieuwende onderwijsorganisatie op het gebied van de leefstijlgeneeskunde. Wil je daar meer over weten? Neem hier een kijkje op de site van de opleiding
Yvonne van Stigt

Laatste berichten van Yvonne van Stigt (toon alles)