Afgelopen vrijdag liep ik op een congres een collega tegen het lijf. Deze therapeut vertelde dat hij een moeilijke tijd achter de rug heeft door het verlies van een familielid tijdens de behandeling tegen een nare ziekte. Hij was niet alleen verdrietig om het verlies van zijn naaste, maar hij voelde zich vooral ook machteloos en genegeerd. Al jarenlang behandelt de zeer betrokken therapeut vele cliënten met dezelfde aandoening in zijn praktijk, en met succes. En op het moment dat zijn naaste getroffen werd door deze aandoening werden zijn adviezen in de wind geslagen.

 

Ik kan me zijn onmacht goed voorstellen. Het is voor een complementair werkend therapeut of arts heel frustrerend wanneer je ziet dat je veel zou kunnen betekenen voor je familie of vrienden en dat zij niet eens een andere gedachte willen horen. Alleen de visie van de behandelend arts wordt gehoord. Veel van mijn collega’s geven dan ook geen adviezen aan familieleden.

 

De reden waarom mijn collega het extra moeilijk had, was dat zijn familielid uiteindelijk overleden is aan de gevolgen van niet passende medicatie, terwijl hij daar regelmatig voor gewaarschuwd had. Mijn collega zag dat er iets mis ging, waarschuwde, maar hij werd niet serieus genomen.

 

Wat moet je dan?

 

Het dilemma waar je op zo’n moment mee worstelt is niet eenvoudig. Of je dramt door en maakt een enorm drama om je gelijk te halen, met kans op ruzie in de familie, of je houdt je mond en ziet een geliefde eraan onderdoor gaan. De gulden middenweg bestaat meestal niet. Voorzichtig aangeven wat je denkt, veroorzaakt gewoonlijk meer problemen. Want stel dat je het achteraf toch bij het rechte eind hebt gehad? Dan zit de familie met het schuldgevoel dat ze niet naar je geluisterd hebben.

 

Deze therapeut wist op basis van zijn ervaring en kennis van de biochemie dat zijn familielid de verkeerde medicatie toegediend kreeg. Hij kon dit afleiden uit de symptomen die duidelijk waarneembaar waren. De behandelend arts keek naar de statistiek en het behandelprotocol. Volgens deze richtlijnen was de medicatie geschikt.

 

Hoe overtuig je in zo’n situatie een behandelend arts?

 

Gelukkig staan steeds meer artsen open voor discussie, mits je met de juiste argumenten komt. Dat is bij familie nog wel eens anders. Het imago van de complementaire arts is voorlopig nog niet te vergelijken met dat van een reguliere arts. Dat is wel gek als je bedenkt dat de complementaire arts dezelfde basisopleiding heeft, maar daarna een andere weg is ingeslagen. Ook voor die andere weg zul je lang moeten studeren. Maar gek genoeg wordt die studie niet voor vol aangezien.

 

Overigens zijn er ook voor de complementaire therapeuten behoorlijke opleidingseisen om voor een (gedeeltelijke) vergoeding vanuit de zorgverzekering in aanmerking te komen. Deze eisen worden door de VGZgroep per 1 januari 2017 dermate veranderd dat het gros van de therapeuten een deel van de opleiding zal moeten overdoen.

 

Ook ik zou mijn medische basis opleiding eigenlijk moeten herhalen, alleen vanwege het feit dat mijn diploma stamt van voor 2013. Ik bedank voor de eer, ik geloof niet dat ik een betere therapeut zal worden door het uit mijn hoofd leren van de namen van de middenhandsbeentjes.

 

Wat denk je dat er zou gebeuren indien dit soort eisen vanuit de zorgverzekeraars gesteld zouden worden aan artsen? Ga maar even opnieuw examen doen, of je hele studie herhalen……

 

Ik heb het idee dat dit soort regelgeving de kwaliteit van de complementaire zorg misschien wel zal reguleren richting protocollaire behandelingen, maar hierdoor juist niet zal verbeteren. Volgens mij is geneeskunde, in welke vorm dan ook, nog steeds maatwerk.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

The following two tabs change content below.
Yvonne van Stigt

Yvonne van Stigt

Yvonne van Stigt wordt als evolutionair gezondheidsdeskundige veel gevraagd als spreker voor congressen en lezingen. Zij is afgestudeerd in de klinische Psycho Neuro Immunologie aan de Universiteit van Gerona (Spanje). Meer dan 20 jaar geleden gaf haar eigen lichaam aan dat er iets niet goed ging, Yvonne was chronisch moe. Omdat de onderzoeken in het medische circuit geen duidelijkheid gaven, is zijzelf op onderzoek uit gegaan. Door de verandering van haar voedingspatroon kon zij snel weer functioneren en is zij volop gaan studeren. Dit heeft geresulteerd in een vijftal boeken Bekijk de boeken en de Oerslank organisatie. Op dit moment is Yvonne directeur en hoofddocent bij het OPFG, een vernieuwende onderwijsorganisatie op het gebied van de leefstijlgeneeskunde. Wil je daar meer over weten? Neem hier een kijkje op de site van de opleiding
Yvonne van Stigt

Laatste berichten van Yvonne van Stigt (toon alles)